
In de gebiedende wijs spreek je een persoon direct aan. Vandaar dat in het Nederlands eigenlijk enkel de tweede persoon enkelvoud van toepassing is. In het Spaans gebruik je ook de tweede persoon meervoud. Aangezien een bevel al gauw onbeleefd of autoritair kan klinken zal men in het Nederlands en ook in het Spaans de beleefdheidsvorm hanteren in situaties waar bevelen geven niet de normaalste zaak van de wereld is.
De imperatief drukt een bevel, verzoek, wens of aansporing uit. In het Nederlands kies je zelden voor de tweede persoon meervoud. Vergelijk bijvoorbeeld:
Geef hem een warm applaus. (Tweede persoon enkelvoud)
Geeft hem een warm applaus. (Tweede persoon meervoud, ongebruikelijk)
In het Nederlands spreek je elke persoon in een groep apart toe. In het Spaans zal je in dat geval je toevlucht nemen tot de tweede persoon meervoud.
Een tweede belangrijk verschil met het Nederlands is dat een negatief woord zoals "niet" de vervoeging van de imperatief beïnvloedt en ook de plaatsing van de eventuele persoonlijk voornaamwoorden.
Regel: De imperatief (positivo) in de tweede persoon enkelvoud wordt vervoegd zoals de derde persoon enkelvoud van de indicativo.
¡Habla! (Spreek!)
¡Traduce el texto! (Vertaal de tekst!)
¡Da la pelota a Juan! (Geef de bal aan Jan!)
Enkele werkwoorden hebben een eigen imperatief in dit geval.
| Infinitief | Imperatief |
| hacer | ¡haz! |
| decir | ¡di! |
| ir | ¡ve! |
| salir | ¡sal! |
| ser | ¡sé! |
| poner | ¡pon! |
| venir | ¡ven! |
| tener | ¡ten! |
¡Vete! (Ga weg!)
¡Ven María! (Kom Maria!)
Regel: De imperatief in de beleefdheidvorm enkelvoud wordt vervoegd zoals de derde persoon enkelvoud van de subjunctivo.
¡Siga recto! (Ga rechtdoor!)
¡Hable español! (Spreek Spaans!)
¡Traduzca el texto! (Vertaal de tekst!)
¡Venga! (Kom!)
Laatst bijgewerkt: 2007-11-03