Gebruik subjuntivo 1

Je gebruikt onder meer de subjuntivo als het niet uitmaakt wat er gebeurt of gedaan wordt. Dit geldt zowel in een betrekkelijke bijzin, als na een voegwoord.

Een beetje grammatica: betrekkelijke bijzinnen en voegwoorden

Een betrekkelijke bijzin is een bijzin die verwijst naar een persoon, zaak of iets anders in de hoofdzin. Datgene waar naar verwezen wordt, noemt men het antecedent. Het woord waarmee de betrekkelijke bijzin begint, noemt men het betrekkelijk voornaamwoord.

Voegwoorden gebruik je om zinnen met elkaar te verbinden. Er zijn nevenschikkende voegwoorden zoals "en" en "of", maar ook onderschikkende voegwoorden. Men onderscheidt voegwoorden van tijd, van causaliteit, van gevolg, van modadliteit ...

Voorbeelden

De man, die aan het praten is, is mijn oom.

Het huis, dat ik net gekocht heb, moet afgebroken worden.

De gemarkeerde woorden zijn respectievelijk het antecedent en het betrekkelijk voornaamwoord.

We doen het zoals jij wilt.

Het gemarkeerde woord is een voegwoord van modaliteit.

Subjuntivo

Je gebruikt de subjunctivo als het je niet uitmaakt wat er gebeurt of gedaan wordt. Dit is ook zo als je de beslissing aan iemand anders overlaat.

Voorbeelden

Sepa la verdad o no, no voy a contársela. (Of hij de waarheid weet of niet, ik ga ze hem niet vertellen.) Voegwoord.

Vamos en la dirección que elijas. (We gaan in de richting die je kiest.) Betrekkelijke bijzin.

Vamos de vacaciones adonde quieras. (We gaan op vakantie naar waar je maar wilt.) Voegwoord.

Nos vamos cuando tú quieras. (We vertrekken wanneer je wilt.) Voegwoord.

Lo haremos como tú prefieras. (We zullen het doen zoals je verkiest.) Voegwoord.

Comemos lo que usted desee. (We eten dat wat u wenst.) Betrekkelijke bijzin.

Laatst bijgewerkt: 2007-12-23