Imperativo positivo 3 (met voornaamwoorden)

Persoonlijke en reflexieve voornaamwoorden plaats je altijd achter het werkwoord in de gebiedende wijs. Ze vormen dan samen één woord. De klemtoon van het werkwoord verandert echter niet zodat je soms een accent moet toevoegen.

Reflexieve werkwoorden

Een rijtje met voorbeelden.

Persoon acostarse lavarse irse
informeel enkelvoud acuéstate lávate vete
beleefdheidsvorm acuéstese lávese váyase
1ste persoon meervoud acostémonos lavémonos vayámonos
informeel meervoud acostaos lavaos idos
beleefdheidsvorm meervoud acuéstense lávense váyanse

Merk op dat in de eerste persoon meervoud een eind "s" verdwijnt. In de tweede persoon meervoud verdwijnt de eind "d", behalve bij irse (de enige uitzondering).

Persoonlijke voornaamwoorden

Voor persoonlijke voornaamwoorden geldt hetzelfde verhaal. De plaatsing is achter het werkwoord en vormt er één geheel mee.

Persoon dar una cerveza a mi
informeel enkelvoud dame una cerveza dámela
beleefdheidsvorm deme una cerveza démela
informeel meervoud dadme una cerveza dádmela
beleefdheidsvorm meervoud denme una cerveza dénmela

Indien je twee persoonlijke voornaamwoorden van de derde persoon toevoegt dan vervang je "le" en "les" door se.

Persoon dar una cerveza a él
informeel enkelvoud dale una cerveza dásela
beleefdheidsvorm dele una cerveza désela
informeel meervoud dadle una cerveza dádsela
beleefdheidsvorm meervoud denles una cerveza dénsela

 

Laatst bijgewerkt: 2008-08-17