Woordvorming: slagen en verwondingen

Een zelfstandig naamwoord dat eindigt op -azo betekent vaak een slag van of met iets. Het achtervoegsel is productief en kan aan een substantief toegevoegd worden om deze betekenis mee te geven of om overdrijving uit te drukken.

Het is uiteraard zo dat dit enkel kan met woorden waarvan de betekenis dit toelaat. Vertrek je van libro dan kun je librazo maken wat zoveel betekent als "slag met een boek". Als je vertrekt van een woord waarvan de betekenis zich niet leent tot het uitdelen van slagen dan kun je nog -azo toevoegen. Je plaatst het dan eventueel tussen aanhalingstekens om erop te wijzen dat het geen gangbaar woord is, maar een overdrijving. Je kunt zo van trabajo, "trabajazo" maken, wat dan "overdreven veel werk" zou moeten betekenen.

Niet alle woorden die eindigen op -azo hebben deze betekenis.

Stamwoord Afgeleid woord
caballo (paard) caballazo (onder meer botsing tussen twee paarden)
cabeza (hoofd) cabezazo
cañon (kanon) cañonazo (kanonschot)
codo (elleboog) codazo
correa (riem) correazo
costado (zijkant) costalazo
cuchillo (mes) cuchillazo (messteek)
escopeta (jachtgeweer) escopetazo (geweerschot)
espalda (rug) espaldarazo (slag op de rug)
hombro (schouder) hombrazo
látigo (zweep) latigazo
muleta (stok waarop rode lap rust bij stierengevecht) muletazo (elke keer als de stier onder de lap doorloopt)
porra (knuppel) porrazo
puño (vuist) puñetazo

Laatst bijgewerkt: 2008-07-22