
Spaanseles is een website voor het inoefenen van Spaanse woordenschat, vervoegen van werkwoorden en grammatica. Je kunt ook thematisch oefenen. Een taal zoals Spaans leren is leuk en kan je op reis en wie weet professioneel van pas komen.
Om in de databank te zoeken kies zoekpagina.
Voor een korte uitleg bij de oefeningen kies verantwoording.
Contact: info@spaanseles.be
Deze verleden tijd is een samengestelde verleden tijd met het hulpwerkwoord haber en het voltooid deelwoord. De vorming van het voltooid deelwoord is afhankelijk van de uitgang van het werkwoord (ar of er, ir). Er is wel een reeks uitzonderingen.
Wederkerige werkwoorden zijn werkwoorden zoals zich wassen, zich kleden. Dit zijn ook in het Spaans wederkerige werkwoorden. Hun infinitiefvormen krijgen het achtervoegsel se: lavarse, vestirse. Bij het vervoegen wordt het aangepaste wederkerig voornaamwoord in de indicativo voor het vervoegde werkwoord geplaatst.
Zoals in elke taal zijn er in het Spaans een aantal volledig onregelmatige werkwoorden. Het zal je ongetwijfeld niet verbazen dat hebben en zijn tot deze catagorie behoren.
Bij een reeks werkwoorden treedt een systematische onregelmatigheid op. Er is sprake van diftongeren als de stamklinker een tweeklank wordt (e/ie, o/ue, u/ue), van klinkerwisseling als de sterke klinker een zwakke wordt (e/i). Werkwoorden op -uir zijn gezamelijk op dezelfde manier onregelmatig. Werkwoorden op -iar, -uar kunnen de klemtoon krijgen op de zwakke klinker.
Een aantal werkwoorden heeft in de presente de indicativo een onregelmatige vorm in de eerste persoon enkelvoud. De vervoeging van de andere personen is regelmatig. Voor een aantal werkwoorden valt de onregelmatigheid af te leiden uit de uitgang van de infinitief (-acer, -ecer, -ocer, -ucir).
In het Spaans kent men zoals in het Nederlands regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Er zijn drie soorten regelmatige werkwoorden afhankelijk van de uitgang van het werkwoord (ar, er of ir). Bovendien wordt in het algemeen de uitspraak van de infinitief behouden in de vervoegde vormen. Ook met de algemene spellingsregels moet men bij de vervoeging rekening houden.
In tegenstelling tot het Nederlands wordt in het Spaans voor een welbepaald persoon als lijdend voorwerp "a" toegevoegd. (In het Nederlands en het Spaans gebeurt dit voor het meewerkend voorwerp.)
Op een vraag naar een gunst of toestemming geef je een positief of een negatief antwoord. De "es que" constructie biedt de mogelijkheid dit antwoord toe te lichten na een negatief antwoord. Deze constructie kan ook gebruikt worden om een verklaring te geven bij een mededeling.
|
|
|